Opkomst van het christendom

In deze les vertelt meester Henk over de opkomst van het christendom in het Romeinse Rijk. Keizer Constantijn dacht dat het christendom een oplossing was voor de grote problemen in het Romeinse Rijk.

Meester Henk!! Wat zijn christenen?

Christenen zijn volgelingen van Jezus. Jezus was een joodse verlosser of Messias. Hij leefde in Palestina in de tijd van keizer Augustus. Hij trok door het land en vertelde verhalen. In zijn verhalen had hij veel kritiek op de religieuze leiders van het joodse volk. Die vonden zijn kritiek niet leuk. Daarom lieten zij hem ter dood veroordelen. Jezus werd op Golgotha gekruisigd. Maar de volgelingen van Jezus geloofden dat Jezus na drie dagen weer uit de dood was opgestaan. Zij zeiden ook dat hij de zoon van God was. Zijn verhalen werden door een aantal volgelingen opgeschreven. Je kunt ze lezen in het Nieuwe Testament van de Bijbel.

Na de dood van Jezus verspreidden zijn volgelingen zich over het Romeinse rijk. Vooral in de steden vormden zich kleine groepjes christenen. Daar vielen zij op door hun hulp aan de armen. De Romeinen hadden in het begin geen problemen met de christenen.

De Romeinen vonden de christenen wel heel raar. De christenen, net als de Joden, vereren maar één god. De Romeinen vereerden zelf veel goden. Maar het aantal christenen groeide snel. Zo snel dat keizer Nero besloot om ze te vervolgen. Hij gaf de christenen de schuld van de Grote Brand van Rome in 64 na Chr. Hij liet ze oppakken en ter dood veroordelen. Maar dat was eenmalig. Meestal lieten de Romeinen de christenen met rust. Tot de derde eeuw.

In de derde eeuw ging het steeds slechter met het Romeinse Rijk: de grenzen werden vaak aangevallen door woeste stammen en er braken epidemieën uit. Daarom werden speciale feesten voor de goden georganiseerd in de hoop dat zij redding zouden brengen. Alle Romeinse burgers moesten de goden eren. Maar de christenen weigerden dit omdat zij alleen hun eigen god mochten eren. De keizers merkten dat christenen in de eerste plaats christenen waren en dan pas Romein. Zij waren niet gehoorzaam aan de keizer maar aan hun geloof.

De keizers besloten toen om de christenen te vervolgen. Christenen werden opgepakt en in de gevangenis gegooid. Daar moesten zij de keizer of een Romeinse god aanbidden. Als zij weigerden dan kregen zij de doodstaf: dood door wilde dieren. Op feestdagen in de arena’s werden zij door wilde dieren verscheurd. Ondanks alle vervolgingen bleven de christenen aanwezig in het Romeinse Rijk. Het leek wel onkruid; hoe goed je ook wied, ze komen altijd weer terug.

Meester Henk!! Hoe kon het christendom dan toch zo belangrijk worden?

In 313 stopte Constantijn de christenvervolging. Op de avond voor een belangrijke veldslag droomde keizer Constantijn dat hij moest vechten onder de vlag met het Christusteken. Toen hij dat deed en vervolgens de veldslag won, stopte hij de vervolgingen en werd zelf een christen. Toen benoemde hij alleen christenen als staatsfunctionarissen. Heidense functionarissen werden aangemoedigd om christen te worden. Ook liet Constantijn veel kerken bouwen en gaf hij veel landerijen en geld aan de kerken.

In 392 riep keizer Theodosius het christendom uit tot staatsgodsdienst en werden alle heidense godsdiensten verboden. Offers aan godenbeelden werden verboden en wie het wel deed kreeg straf. Ook vernielden de christenen tempels en standbeelden van de Romeinse goden. Voor de heidenen was nu dezelfde situatie ontstaan als voor de christenen in de 3e eeuw: met geweld werd hun geloof vervolgd en moesten zij hun geloof afzweren.

Bron:

Fik Meijer, Macht zonder grenzen. Amsterdam 2006

Robin Lane Fox, De Klassieke wereld. Amsterdam 2007

 

Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

April 27, 2016

  
Terug naar startpagina Romeinen

 

 

 

 

 

 

Meer informatie kun je vinden op:

- filmpje

 

Terug naar startpagina Romeinen